Hallo, ik ben Stef
Ik ben opgegroeid met verhalen. Niet alleen de mooie, maar vooral die waarin iets wringt, schuurt of vragen stelt. Verhalen waarin mensen proberen overeind te blijven in omstandigheden die daar niet altijd op voorzien zijn. Die fascinatie is nooit verdwenen, al heeft ze onderweg verschillende vormen aangenomen.
En dat ik schrijver zou worden, was waarschijnlijk voorbestemd. Al sinds mijn vijfde, liep ik rond met een cassetterecorder, een pen en een notitieboekje om verhalen vast te leggen.
Ik drink graag een tas thee — bij voorkeur Earl Grey, met een wolkje melk — al zeg ik zelden nee tegen een goed glas wijn of een karaktervol biertje. Ik hou van lezen zoals anderen van wandelen houden: zonder strak plan, maar met de hoop ergens iets onverwachts tegen te komen.
Ik werd groot ((al ben ik nooit echt volwassen geworden) met verhalen waarin alles mogelijk was. Waar je kon verdwalen in werelden vol hobbits en elfen, waar magie vanzelfsprekend leek en avontuur altijd om de hoek loerde. Als kind verslond ik boeken van Marc de Bel, later kwamen andere stemmen binnenwaaien: verhalen die groter durfden dromen, dieper durfden graven, en tegelijk speels bleven. Alice in Wonderland liet me verdwalen met plezier, Peter Pan overtuigde me dat volwassen worden geen haast heeft, en middeleeuwse legendes deden me lang geloven dat ridder worden een realistische carrièrekeuze was.
Later kwamen Le Petit Prince, Jules Verne, Tolkien en Harry Potter, maar net zo goed Jane Austen, Dan Brown en Stephen King. Dat contrast voelde nooit vreemd. Verhalen mochten voor mij altijd tegelijk licht en donker zijn, speels en ernstig, verwonderend en scherp. Misschien is dat wel gebleven: de overtuiging dat een goed verhaal niet kiest, maar beide durft te dragen.
Ik volgde een opleiding journalistiek en werkte een tijd als eindredacteur, onder meer bij Mediahuis. Daar leerde ik hoe taal kan sturen, hoe verhalen worden gekneed, en hoe macht, beeldvorming en waarheid zelden netjes samenvallen. Het was een leerschool in scherpte en verantwoordelijkheid, maar ook een periode waarin ik voelde dat ik nood had aan meer verbeelding, meer ruimte, meer adem. Aan verhalen die niet alleen uitleggen, maar ook openlaten.
Vandaag sta ik voor de klas als leerkracht, een beroep dat veel meer met schrijven te maken heeft dan men op het eerste gezicht zou denken. Lesgeven is verhalen vertellen, luisteren, aanvoelen waar iemand vastzit en zoeken naar woorden die iets openen in plaats van afsluiten. Jongeren leren kijken, twijfelen en kritisch denken is geen bijzaak, maar een voorrecht. Die dagelijkse nabijheid met jonge mensen houdt mijn blik scherp en mijn schrijven eerlijk.
Muziek loopt als een tweede ader door mijn leven. In alle genres, zonder schaamte, maar liefst live. Omdat muziek pas echt ademt wanneer ze de lucht in wordt gestuurd en even niemand weet waar ze zal landen. Af en toe probeer ik zelf ook wat te musiceren, voorzichtig, zoekend, met meer goesting dan talent misschien, maar altijd met het juiste oor. Ook dat is luisteren, op een andere manier.
Film is voor mij dan weer een manier van kijken. Niet alleen naar verhalen, maar naar tijd, stilte en beweging. Ik hou van cinematografie die durft vertragen, van beelden die meer zeggen dan dialogen, en van montage die betekenis suggereert zonder ze op te dringen. Goede films blijven hangen omdat ze je blik veranderen, niet omdat ze alles verklaren.
Filmmuziek speelt daarin een stille hoofdrol. Ze draagt scènes zonder ze te overstemmen, maakt emoties voelbaar nog voor je ze benoemt, en blijft soms langer nazinderen dan het beeld zelf. Het is die wisselwerking tussen beeld en klank die me raakt: wanneer muziek niet leidt, maar begeleidt, en een verhaal zachtjes vooruit duwt.
Sport is voor mij niet enkel een grootse prestatie, maar een vorm van bewegen door het hoofd. Het liefst op twee wielen, waar gedachten vanzelf in cadans vallen en het landschap meeschrijft. En enkele zondagen per jaar mag je mij gerust laten. De Ronde van Vlaanderen is heilig. Parijs-Roubaix moet je niet alleen zien, maar bijna kunnen ruiken: kasseien, stof, afzien en koppigheid in zijn puurste vorm.
Qua voetbal ben ik, naast fan van de Rode Duivels, een trouwe supporter van het lokale Lierse. Ik heb de club leren kennen in haar grootste dagen en ben gebleven in haar diepste dalen. Het is zelden het schoonste voetbal, maar je leert er wel de waarde van drie punten, van blijven staan wanneer het niet loopt, en van liefde zonder voorwaarden.
En ja, tijdens de Olympische Spelen word ik zonder schroom chauvinistisch. Omdat kleine Belgen, zo blijkt telkens weer, tot grootse dingen in staat zijn. Misschien is dat wel wat me overal in raakt: mensen die blijven proberen, blijven bewegen, blijven geloven... op een podium, op een fiets, op een veld, of gewoon in stilte.
Dat soort ritme. Dat soort schoonheid.
O ja, en die collectie hoeden en petten? Die begon ooit als een artistiek statement, maar doet tegenwoordig ook verdienstelijk werk om een terugtrekkende haarlijn wat extra flair te geven. Elk verhaal heeft tenslotte zijn praktische kant.

Waar ik over schrijf
Ik schrijf in verschillende genres, en voel me daar ook bewust niet in vastgepind. Literaire fictie, psychologische spanning, satire, jeugdverhalen, korte teksten, langere romans... voor mij zijn dat geen hokjes, maar verschillende manieren om dezelfde nieuwsgierigheid vorm te geven.
Mijn verhalen bewegen zich graag tussen ernst en lichtheid, tussen denken en voelen. Ze gaan over mensen die proberen hun weg te vinden, over systemen die groter zijn dan het individu, maar ook over kleine, herkenbare momenten waarin iets verschuift. Soms zit er spanning in, soms humor, soms melancholie, vaak een combinatie van alles.
Ik ben niet op zoek naar snelle antwoorden. Wel naar personages die echt aanvoelen, situaties die blijven nazinderen en werelden die net herkenbaar genoeg zijn om ongemakkelijk te worden, maar warm genoeg om er toch in te blijven. Of het nu gaat om een dystopisch idee, een streepje fantasie, een absurde observatie, een kwetsbaar innerlijk conflict of een licht ironische kijk op het leven: wat telt, is dat het klopt.
Naast romans schrijf ik ook scenario’s, theaterteksten, poëzie en korter werk. Elk medium vraagt iets anders, maar ze vertrekken allemaal vanuit dezelfde drijfveer: de wil om iets te onderzoeken wat niet meteen oplost en mijn fantasie weet te prikkelen. Ik volgde ook een opleiding fiction writing in Florida, waar ik opnieuw werd bevestigd in het idee dat verhalen universeel zijn, maar stemmen altijd persoonlijk blijven.
Ik heb zelf ook door moeilijke watertjes moeten varen, zoals velen. Net daar heb ik geleerd dat schoonheid zich vaak verschuilt op onverwachte plekken. Niet als groot gebaar, maar als detail, als moment, als stille vaststelling. Die overtuiging sijpelt door in alles wat ik schrijf. Mijn werk is niet donker om het donker te zijn, maar eerlijk over de schaduw, met steeds de mogelijkheid dat er licht om de hoek loert.
Wat al mijn werk verbindt, is een geloof in verhalen als filosofie. Een plek waar je mag twijfelen, kijken, lachen, struikelen en opnieuw beginnen. Niet om de wereld te ontvluchten, maar om haar beter te begrijpen... en misschien ook een beetje draaglijker te maken.