Er is iets dat niemand je vertelt wanneer je een boek schrijft: je gaat alles voelen. En dan nog eens opnieuw. En dan nog eens, maar harder.
1. Het begint als een bijeenraapsel
Je schrijft dingen op die nergens op lijken. Zinnen die je later niet meer herkent. Gedachten waarvan je denkt: “Dit is geen boek. Dit is een map vol losse flodders.”
En toch ga je door. Omdat er ergens een klein stemmetje zegt: “Misschien zit hier iets in.”
2. Dan denk je dat je een over‑the‑top verhaal aan het maken bent
Je leest een stuk terug en denkt: “Oké, dit is te veel. Dit is te vreemd. Dit is te intens. Dit is te… Stef.”
En dan lach je. Want ja, natuurlijk is het Stef. Wie anders? "Let's do this!" Maar het blijft een beetje raar.
3. Daarna zie je ineens samenhang
Plots vallen dingen op hun plaats. Een detail dat je maanden geleden schreef, blijkt nu perfect te passen. Een zin die je bijna had geschrapt, blijkt een sleutel te zijn. Een scène die je schreef zonder te weten waarom, blijkt precies te zijn wat het verhaal nodig had.
En je denkt: “Wacht… dit werkt.”
4. Dan komt het moment waarop je denkt: “Dit is het beste dat ik ooit schreef.”
Je voelt het in je buik. In je borst. In je vingers. In je hele lijf. Je leest een passage en denkt: “Dit. Dit is waarom ik schrijf.”
Echt, waar; "dit is het beste dat ik ooit schreef. De wereld moet dit lezen!" Het is een gevaarlijk moment. Want het duurt nooit lang.
5. Want daarna komt: “Amai, wat is dat voor iets?”
Je leest dezelfde passage een dag later en denkt: “Wie heeft dit geschreven? Waarom? Hoe? En vooral: moet dit niet gewoon weg?”
Je twijfelt aan alles. Aan jezelf. Aan het verhaal. Aan de wereld. Welkom in het schrijversbrein.
6. En dan is er nog de poëzie
Die komt tussendoor. Ongevraagd, wel gepland. Als een soort innerlijke rook die door de kieren van je verhaal naar buiten glipt.
Je denkt: “Dit past hier niet.” Dat vertraagt de boel, het is rommel... Maar het past wel. Want het is van mij. En het geeft even ademrust. Hopelijk past het ook voor jou.
7. En dan komt de grootste gedachte van allemaal
“Dit heeft nog niemand gedaan.” En dat voelt fantastisch. Alsof je een nieuw pad hebt gevonden. Alsof je iets hebt gebouwd dat precies nog niet bestond.
Maar meteen daarna komt de tweede gedachte: “Hier zit niemand op te wachten.”
En dat is waarschijnlijk de reden waarom uitgeverijen hebben gepast. Niet omdat het slecht was (of dat zeggen ze toch nooit...). Maar omdat het niet in een hokje paste. En het boekenlandschap houdt van hokjes. Ik niet...
8. Dus nam ik het zelf in handen
Alles. De tekst. De vorm. De marketing. De campagne. De video’s. De website. De blogtour. De hele wereld rond Engel. Niet omdat ik het zo graag alleen doe. Maar omdat het moest. En omdat ik het een beetje kan, maar meer nog omdat ik het beu was op iemand anders te moeten wachten om dit verhaal de wereld ingestuurd te krijgen.
9. Maar niemand doet dit echt alleen
Zonder Eva Linden van Schrijfgoesting had ik dit met een veel kleiner hartje naar buiten gebracht. Zij gelooft in mijn pen. In mijn verhaal. In mijn chaos. In mijn lef. In mijn twijfel. Iedere schrijver heeft iemand nodig die zegt: “Ga door. Dit klopt.” Eva is die iemand. En intussen wijst ze me op waar ik gestruikeld ben, of waar de lezer zou struikelen en maakt ze mijn verhaal beter.
10. En dan is er nog de blogtour
Twintig mensen die jouw boek gaan lezen. Twintig mensen die er iets over gaan zeggen. Twintig mensen die je niet kunt controleren of kunt verplichten: "hier heb je een gratis boek, wees er nu maar positief over ook!" Nee, die Bookstagrammers en andere boekenverslinders hebben elk hun eigenheid, verwachtingen en genres die ze leuk vinden.
Het is ontzettend angstaanjagend. Maar ook precies wat een boek nodig heeft: mensen die het voelen. Mensen die het delen. Mensen die het laten bestaan. En het zal niet voor iedereen zijn, dat weet ik, dat kan je in mijn andere blog lezen, maar het kan misschien wel een grote groep raken.
11. Dus hoe voelt het om een boek te schrijven dat niet lijkt op iets anders?
Zoals dit: een constante slingerbeweging tussen euforie en twijfel, tussen lef en angst, tussen chaos en helderheid.
Maar vooral: het voelt als leven. En dat is waarom ik het doe.