De werelden die mij (en Engel) hebben gevormd (zonder dat ik ze wilde nadoen)

Gepubliceerd op 17 juli 2026 om 10:50

Er zijn verhalen die je leest of kijkt, en die je daarna gewoon vergeet. En er zijn verhalen die iets in je openbreken. Die een deur tonen waarvan je niet wist dat ze bestond. Die je laten denken: “Ah. Dus dát kan ook.”

Engel is geen kopie van iets. Maar het staat wel in een bepaalde windrichting, een richting die gevormd is door een paar werelden die mij al jaren achtervolgen.

1. Black Mirror — de technologie die te dicht komt

Black Mirror is zo’n reeks die je doet denken dat je telefoon je misschien wel terugkijkt. Niet omdat het sci-fi is, maar omdat het bijna echt is. Het is technologie die een fractie verder staat dan vandaag, maar net dichtbij genoeg om je ongemakkelijk te maken.

Dat is precies het soort verschuiving dat ik in Engel wilde: geen robots (of misschien een paar robots. Ik kan niks beloven), geen lasers, geen verre, futuristische steden, maar een wereld die voelt als: “Dit zou morgen kunnen gebeuren.”

Black Mirror leerde me dat je geen explosies nodig hebt om spanning te maken. Je hebt alleen een vraag nodig: “Wat als…?”

2. The Matrix — de realiteit die misschien niet de realiteit is

The Matrix is een verhaal dat je hersenen masseert. Niet omdat het vol actie zit, maar omdat het je dwingt om te twijfelen aan wat echt is. En dat is een vibe die ik herken in Engel: het gevoel dat de wereld klopt, tot ze dat ineens niet meer doet. Het gevoel dat je iets ziet, maar niet weet waarom. Het gevoel dat je iets voelt, maar niet kunt uitleggen wat.

Niet omdat Engel in een simulatie zit, maar omdat hij in een wereld zit die net een fractie verschoven is.

3. The OA — de deur die niemand anders ziet

Brit Marling schrijft alsof ze toegang heeft tot een verdieping van de werkelijkheid waar wij nog geen sleutel voor hebben. En dat inspireert me enorm.

Niet qua plot. Niet qua stijl. Maar qua lef. Het lef om een verhaal te maken dat niet in een hokje past. Het lef om mysterie te laten bestaan. Het lef om te zeggen: “Ik weet dat dit vreemd is, maar het klopt.”

Dat is een energie die ik in Engel wilde laten bestaan. Lees zeker mijn blogbericht over the OA!

4. Never Let Me Go — menselijkheid onder druk

Kazuo Ishiguro schrijft dystopie alsof het poëzie is. Zacht. Onderhuids. Hartverscheurend. Het is een wereld die bijna herkenbaar is, maar net niet. Een wereld die je niet schreeuwend waarschuwt, maar fluisterend ontregelt.

Dat is precies hoe ik de wereld van Engel wilde bouwen: niet luid, maar stil. Niet bombastisch, maar subtiel. Niet sci-fi, maar menselijk.

5. Station Eleven — de schoonheid in de breuklijn

Een verhaal dat toont hoe fragiel alles is, maar ook hoe mooi. Hoe mensen blijven zoeken naar betekenis, zelfs wanneer de wereld kantelt. Dat is een thema dat diep in Engel zit: de vraag hoe je mens blijft wanneer alles om je heen verschuift.

7. The Handmaid’s Tale — de dystopie die fluistert in plaats van schreeuwt

The Handmaid’s Tale is zo’n verhaal dat je niet alleen leest, maar voelt. Niet omdat het futuristisch is, maar omdat het te herkenbaar is. Het is een wereld die maar een paar graden verder staat dan de onze en dat is precies waarom het zo hard binnenkomt.

Wat mij daarin inspireert, is niet de plot. Niet de setting. Niet de politieke laag. Maar de psychologische druk die Margaret Atwood creëert. De manier waarop ze toont hoe een samenleving kantelt zonder dat iemand het doorheeft. Hoe mensen zich aanpassen aan iets dat eigenlijk ondraaglijk is. Hoe angst stil kan zijn. Hoe macht fluistert.

Dat is een energie die ik in Engel herken: een wereld die niet schreeuwt dat er iets mis is, maar die je langzaam laat voelen dat er iets verschoven is. Een wereld die bijna klopt, maar net niet. Een wereld waarin je als lezer denkt: “Dit is fictie. Toch?”

Atwood bewijst dat dystopie niet luid hoeft te zijn. Dat het onderhuids kan zijn. Dat het menselijk kan zijn. Dat het poëtisch kan zijn. En dat is precies het soort spanning dat ik in Engel wilde laten bestaan.

8. 1984 — de wereld waarin waarheid een rekbaar begrip wordt

1984 is een boek dat je niet vergeet. Niet omdat het groot is, maar omdat het klein is. Het gaat niet over oorlogen of explosies, maar over iets veel subtielers: de manier waarop waarheid kan verschuiven.

Wat mij daarin inspireert, is hoe George Orwell laat zien dat controle niet altijd luid is. Dat manipulatie niet altijd zichtbaar is. Dat een samenleving kan kantelen door taal, door herhaling, door kleine verschuivingen in wat “waar” mag zijn.

Dat is een thema dat diep in Engel zit: niet dat waarheid verdwijnt, maar dat ze glijdt. Dat ze vervormt. Dat ze afhankelijk wordt van wie kijkt. Dat je als lezer soms denkt: “Wacht… klopt dit wel?” En dat die twijfel precies is wat het verhaal voedt.

Orwell toont dat de grootste dreiging niet altijd buiten ons zit, maar soms in de manier waarop we de wereld interpreteren. En dat is een gedachte die mij tijdens het schrijven van Engel bleef achtervolgen.

8. En dan is er nog mijn eigen chaos

Want eerlijk: de grootste inspiratiebron was gewoon mijn hoofd. De twijfel. De poëzie. De over‑the‑top scènes. De samenhang die ineens verschijnt. De momenten waarop ik dacht: “Dit heeft nog niemand gedaan.” En de momenten waarop ik dacht: “Hier zit niemand op te wachten.”

Maar dat is precies waarom ik het moest doen.