Voorin ENGEL staat geen lijst met waarschuwingen. Dat is bewust. Niet omdat ik vind dat een lezer zomaar alles moet kunnen verdragen. Ook niet omdat gevoelige thema’s voor mij minder belangrijk zouden zijn. Integendeel. Maar een roman leeft ook van wat je nog niet weet.
Zeker bij een psychologische thriller kan één waarschuwing soms al genoeg zijn om een scène anders te lezen, een personage anders te bekijken of een vermoeden te bevestigen dat eigenlijk nog geen bevestiging mocht krijgen. Wie vooraf exact weet waar hij op moet letten, leest onvermijdelijk met andere ogen.
En dus heb ik gezocht naar een evenwicht.
Ik wil de lezer de vrijheid geven om het verhaal zelf te ontdekken. Zonder vooraf een inventaris van moeilijke thema’s te maken. Zonder alles te benoemen, categoriseren of van labels te voorzien.
Maar ik wil hem ook niet volledig loslaten. Daarom staat er wel een voorwoord.
!!! HIERNA VOLGEN KLEINE THEMATISCHE SPOILERS!!!! (Kom niet zeggen dat ik je niet heb gewaarschuwd)
Daarin schrijf ik onder meer:
“Sommige delen in dit boek zijn verzonnen. Sommige zijn dat niet. Heel wat bladzijden kwamen niet uit mijn hoofd, maar uit mijn huid.”
Voor mij zegt die zin eigenlijk al heel veel.
ENGEL blijft in de eerste plaats een fictieve roman. Personages, gebeurtenissen en verhaallijnen zijn bedacht, samengevoegd, verschoven of literair vervormd. Waargebeurde elementen zitten er niet in om werkelijkheid één op één na te vertellen, maar om de mens achter Engel en zijn omgeving geloofwaardiger te maken. Soms helpt iets wat echt gevoeld, gezien of meegemaakt is om een fictief personage net beter te begrijpen. Niet als sleutel waarmee je het boek autobiografisch moet proberen ontcijferen, maar als grond onder zijn voeten.
Niet alles in ENGEL is comfortabel. Sommige thema’s raken aan psychische kwetsbaarheid, trauma, verlies, schaamte, beschadigd vertrouwen en de manier waarop bepaalde ervaringen nog lang kunnen doorwerken nadat de gebeurtenis zelf voorbij is.
Maar nergens wilde ik daar sensatie van maken. Ik heb nooit gezocht naar een scène omdat ze harder, gruwelijker of schokkender zou zijn. Als iets donker wordt, dan moet daar voor mij een reden voor zijn. Het moet iets vertellen over een mens, over een relatie, over wat iemand meedraagt of probeert achter te laten.
Nuance vind ik daarin belangrijk. Mensen zijn zelden alleen wat hen is overkomen. Evenmin zijn ze altijd “genezen” zodra een hoofdstuk wordt afgesloten. Soms leef je verder met iets. Soms verandert het van vorm. Soms denk je dat het een plaats heeft gekregen, tot een geur, een zin, een gesprek of een televisieprogramma plots ergens tegen tikt.
Dat betekent niet dat je opnieuw op dezelfde plek staat. Alleen dat het verleden soms nog weet waar je woont. Misschien is dat ook waarom ik geen klassieke trigger warning wilde schrijven. Een lijst zou te veel verraden én tegelijk te weinig vertellen.
Want een woord als trauma zegt niets over hoe een personage ermee leeft. Een woord als misbruik zegt niets over wie iemand twintig jaar later geworden is. En een waarschuwing kan aangeven dát iets voorkomt, maar niet met welke zachtheid, afstand of betekenis het verteld wordt.
Daarom koos ik voor een voorwoord dat voorzichtig de deur opent. Wie tussen de regels leest, weet dat ENGEL soms naar donkere plekken gaat. Wie liever volledig onvoorbereid aan een roman begint, krijgt geen halve plot cadeau. En wie zelf bepaalde ervaringen meedraagt, krijgt hopelijk voldoende context om te voelen dat die thema’s niet achteloos of sensationeel behandeld worden.
Meer wil ik eigenlijk vooraf niet vertellen. Want uiteindelijk wil ik dat ENGEL vooral een verhaal blijft.
Een verhaal over mensen die zoeken, twijfelen, liefhebben, fouten maken, vallen, opnieuw rechtstaan en soms ontdekken dat wat achter hen ligt nog lang niet hetzelfde is als wat hen bepaalt.
ENGEL is geen spons over het verleden. Wel een teken dat het verleden niet het laatste woord hoeft te hebben.